Kunstensteunpunten presenteren veldanalyses

In een lang aanlooptraject naar de nieuwe subsidieronde in het kader van het Kunstendecreet (2013-2016) verzamelden maandag 4 april meer dan 200 cultuurprofessionals in het Vlaams Parlement. Minister Joke Schauvliege zette de beoordelingslijnen uit door extra aandacht te vragen voor zeven 'aanbevelingen' waaronder samenwerking, duurzaamheid en aandacht voor de individuele kunstenaar.


Minder duidelijk was haar budgettair engagement. Het effect van de bijsturing van 3 % naar 10 % aandeel voor projectsubsidies op het totale structurele budget werd niet voorgerekend. De suggestie dat de referentiebasis 2011 zal zijn, houdt de facto een lager startniveau in dan in 2009 ten gevolge van de besparingen. Bovendien ontstaat koopkrachtverlies door het niet indexeren van de subsidiebedragen.

 

De Adviescommissie Kunsten en het Agentschap Kunsten en Erfgoed presenteerden het draaiboek voor de subsidieronde: een stap voor stap toelichting bij het volledige aanvraag- en beoordelingsproces. Het werd een lange leesoefening die echter transparant en informatief was, ook voor wie voor het eerst een subsidie zal aanvragen.

 

Sectororganisaties en de minister stelden samen een charter van wederzijds respect voor. Daarin belooft Joke Schauvliege de uitgebrachte adviezen maximaal te volgen. De aanvragende organisaties beloven geen lobbywerk op te zetten.

 

De vier Kunstensteunpunten presenteerden de resultaten van een analyse van de financiële gegevens van de structureel gesubsidieerde organisaties in 2007 en 2008. Deze analyse resulteerde in een economische argumentatie voor de ideële waarde van kunst. In de culturele sector is een hefboomeffect aanwezig waarbij elke euro Vlaamse cultuursubsidies, naast een halve euro subsidies van provincie en gemeenten, ook 1 euro eigen inkomsten oplevert. Bovendien geldt een direct terugverdieneffect via sociale bijdragen en loonbelasting doordat de euro Vlaamse subsidie aangewend wordt voor de personeelsuitgaven. De verdere analyse van de kosten- en batenstructuur leert dat die niet zozeer sectorgebonden (muziek, dans, beeldende kunst…), maar wel functiegebonden (festival, werkplaats, kunstencentrum…) is.

 

Aansluitend presenteerden de Kunstensteunpunten en de beide Fondsen – VAF en VFL – de krachtlijnen van hun sectoranalyse en beschreven knelpunten en uitdagingen. Door sectorblindheid en teveel incrowd informatie kwam een ruimer inzicht in en probleembewustzijn van elkaars werking en eigenheden niet echt tot stand.

 

Het slotdebat kon ondanks de gerichte vragen van de moderator weinig nieuwe elementen aanbrengen.

 

De concentratie op de structurele elementen van de kunstenorganisaties en sectoren, de subsidieprocedure en de (economische) legitimering van de overheidsmiddelen voor cultuur tijdens deze studiemiddag tonen aan dat "cultuur bedrijven" intussen tot een geprofessionaliseerd proces geëvolueerd is waarin strategie, management, meten is weten, objectivering… tot de standaardpraktijk zijn gaan behoren. Deze technische invalshoek heeft de creatieve kant van het proces, het kunstenaarsexperiment en de kunstvreugde misschien te weinig aan bod laten komen. Maar zonder gefundeerde structuren ontwikkelt zich geen stevige cultuurbodem, geen voorwaardenbiedende humuslaag en geen veilige groeiomgeving.

gepubliceerd op: 2011-04-12

Vorige Volgende Afdrukken Link doorsturen