Erik Spinoy is hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Luik, dichter en essayist. Steevast tot het postmodernisme gerekend, maakt zijn poëzie echter een heel eigen ontwikkeling door. Vanaf 'Boze wolven' (2002) behandelen zijn gedichten de manier waarop individu en maatschappelijke vertogen een complexe wisselwerking aangaan. Een nieuw hoogtepunt in zijn oeuvre vormt 'Dode kamer' (2011), waarmee hij genomineerd is voor de VSB-poëzieprijs 2012. Volgens de jury verzamelt de bundel 'drie heel verschillende cycli van een homogeen hoge kwaliteit, waarin de blik op de wereld van regel tot regel verschuift en elk woord die wereld onmerkbaar doet gloeien. Nu eens is zij exotisch gekleurd, dan weer is zij benauwend van aard en ten slotte wordt zij unheimlich met de kindertijd verbonden.'
Uit de flaptekst van het Gedichtendagessay:
"Aswoensdag: wereldwijd zetten priesters op de voorhoofden van miljoenen katholieke gelovigen een askruisje. Zo, en op vele andere manieren, worden menselijke lichamen opgenomen in dwingende constellaties, die richting geven en betekenis.
Ook poëzie werkt met de as-tekens die samen de taal uitmaken en het werkelijke doodmaken – maar ze gebruikt ze, uit de aard der zaak, ook op slinkse en onverwachte manieren tegen zichzelf. In poëzie komt het lichaam opnieuw tot spreken: mateloos, buitenissig, ontketend, aan onze eerste diepste drift ten prooi. In poëzie rebelleert, tegen de gelovige conquistadores, de heidense en exotische Azteek, die geen boodschap heeft aan het: kniel en pas u aan of verdwijn.
Poëzie: een blijde boodschap!"
Het gedichtendagessay 2012 verschijnt op 26 januari 2012 en wordt verkocht voor 2,5 euro.
Het gedichtendagessay is een initiatief van het Vlaams Fonds voor de Letteren, in samenwerking met het Poëziecentrum en De Bezige Bij Antwerpen.