Door de groeiende vraag naar vertalingen van en naar het Nederlands neemt ook de vraag naar goede vertalers toe. En dat is een probleem: de aanwas van nieuwe vertalers verloopt moeizaam. Onlangs publiceerden Expertisecentrum Literair Vertalen, de Nederlandse Taalunie, het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds , de Stichting Nederlandse Fonds voor de Letteren en het Vlaams Fonds voor de Letteren een pleidooi voor betere opleidingen voor vertalers. De titel was "*Overigens schitterend vertaald. Voor het behoud van een bloeiende vertaalcultuur". Aan de overheid werd gevraagd om de opleiding van vertalers te ondersteunen door een masterprogramma literair vertalen op te richten en door in meer mogelijkheden tot bijscholing te voorzien.
Na een onderzoek naar de haalbaarheid van een masterprogramma literair vertalen, wil het Comité van Ministers van de Taalunie wegens het noodzakelijke internationale karakter tot 100.000 euro per jaar bijdragen voor een opstartfase van drie jaar. Daarnaast krijgt het Expertisecentrum Literair Vertalen tot 25.000 euro per jaar extra voor opleidings- en bijscholingsactiviteiten voor de volgende vijf jaar. Mogelijkheden zijn onder meer mentorschappen voor beginnende vertalers en vertalingen die met z'n tweeën worden gemaakt, de zogenaamde duovertalingen. Het Comité van Ministers wil dat er ook bijzondere aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling van talent in buitenlandse vakgroepen Nederlands.
